In het nieuws

Zijn vrijwilligers in weeshuizen schadelijk voor de kinderen?

https://blendle.com/i/nederlands-dagblad/heel-eerlijk-ik-deed-het-vooral-voor-mezelf/bnl-nedag-20181020-ART_181117?sharer=eyJ2ZXJzaW9uIjoiMSIsInVpZCI6InZhbmlqemVuIiwiaXRlbV9pZCI6ImJubC1uZWRhZy0yMDE4MTAyMC1BUlRfMTgxMTE3In0%3D

Falend bestuur werkt averechts

Ingezonden brief in het Leidsch Dagblad, gepubliceerd op woensdag 4 juli, 2018

“Meer conflicten universiteit” meldt Wilfred Simons in het Leids Dagblad van 26 juni 2018. De vertrouwenspersonen rapporteren dat zij in 2017 meer dan ooit werden geconsulteerd door ontevreden of bezorgde medewerkers van de Universiteit Leiden. De toename was vooral te wijten aan onrust binnen de faculteiten Geesteswetenschappen en Governance and Global Affairs (Den Haag), en ook het instituut Pedagogische Wetenschappen gaf de vertrouwenspersonen handenvol werk “waar drie hoogleraren jarenlang promovendi en ander wetenschappelijk personeel hadden geïntimideerd en angst aanjaagden” aldus Simons.

Deze uitspraak van de journalist is echter ongegrond. Al in de volstrekt anonieme personeelsmonitor van 2015 blonken de faculteiten Geesteswetenschappen en Governance and Global Affairs uit in roddelen, verbale agressie en psychisch geweld (Eindrapport Personeelsmonitor Universiteit Leiden, Tilburg, 2015, p.30). Maar de faculteit Sociale Wetenschappen was een middenmoter, en dat was ook het Instituut Pedagogische Wetenschappen waar het bestuur zich heel tevreden toonde over de werksfeer. Die tevredenheid gold alle afdelingen binnen het instituut, dus ook die waar ik werkzaam was.

Dat is in 2018 heel anders. Op de stelling “Ik heb in de afgelopen 3 maanden concrete actie ondernomen om van werkgever te veranderen of ga dat in de komende 3 maanden doen” antwoordde bij mijn vroegere afdeling (Algemene en Gezinspedagogiek; AGP) 43.2% bevestigend. De reden voor de vlucht weg van de afdeling lijkt in de volgende vraag gegeven. Op de stelling “ik heb het afgelopen jaar zelf te maken gehad met ongewenst gedrag op het werk” antwoordde 39.5% van de AGP medewerkers bevestigend. En dezelfde percentages waren getuige van “ongewenst gedrag jegens collega’s in mijn directe werkomgeving” (Personeels- en promovendimonitor, april 2018).

Komt die slechte werksfeer binnen mijn voormalige afdeling door mij? Ik werd 15 maanden geleden (april 2017) verzocht te verhuizen naar een andere werkplek, buiten de afdeling en zelfs buiten het faculteitsgebouw. Ik ben sindsdien niet meer bij AGP geweest en heb met de grote meerderheid van de afdeling geen contact meer gehad. Dat is dus geruime tijd voordat de personeelsmonitor 2018 werd ingevuld. Ook de twee andere ‘boosdoeners’ waren al lange tijd op afstand van het Instituut. Medewerkers die het voor de ‘boosdoeners’ waagden op te nemen kregen geen antwoord op emails aan de decaan. Een verzoek om de rector te spreken werd afgewezen. Sommigen verloren hun aanstelling. Het ziekteverlof is nog nooit zo hoog geweest als in het afgelopen jaar.

Het middel is erger gebleken dan de vermeende kwaal. Het bestuur van Pedagogische Wetenschappen en de Faculteit Sociale Wetenschappen hebben een ingreep gedaan op basis van ondeugdelijke procedures en notities, en die ingreep heeft louter averechts gewerkt. Dat is ook precies waarvoor de vertrouwenspersonen het faculteitsbestuur hebben gewaarschuwd. Een les voor bestuurders in andere faculteiten waar zondebokken gezocht worden voor falend bestuur.

van IJzendoorn INGEZONDEN BRIEF Leidsch Dagblad 4 juli 2018 Falend Bestuur.PDF

Rien van IJzendoorn, Leiden, 29 juni 2018

Bolwerk van Gezelligheid?

In zijn Diestoespraak op 8 Februari 2018, verkort weergegeven in een Opiniestuk in de Volkskrant van 9 Februari 2018, breekt Carel Stolker, rector van de Universiteit Leiden, een lans voor akademische vrijheid van meningsuiting, maar legt daarbij direkt ook grote nadruk op de werksfeer, de universiteit als ‘gemeenschap’: “De universiteit is behalve een organisatie vooral een gemeenschap van mensen – en daarin zijn goede onderlinge relaties essentieel.”

Even essentieel als akademische vrijheid?

Wie publiekelijk kritiek levert op het werk van leden van de akademische gemeenschap is een dwarsligger die de ‘goede onderlinge relaties’ in gevaar brengt en dus het zwijgen moet worden opgelegd. Als goede onderlinge relaties essentieel zijn, dus de kern van de universiteit, dan wordt akademische vrijheid het eerste slachtoffer van collega’s die kritiek verwarren met onveilige werksfeer, en van conflictvermijdende of –zoekende burokraten met onbeperkte macht om ‘onaardige’ wetenschappers de mond te snoeren. Maar dwarsliggers zijn broodnodig, niet alleen bij de spoorwegen maar juist ook bij de universiteit.

Er gaapt een geweldig brede kloof tussen de vrome woorden van de rector over akademische vrijheid (“Waarom ik hoogleraren niet tot de orde roep”) en de zwijgplicht die hij mij wilde opleggen (letterlijk: “Prof. Van IJzendoorn zal zich onthouden van commentaar, in welke vorm ook, op de onderzoeksprestaties en -resultaten van medewerkers van de Universiteit Leiden”). Onder het contract stonden de namen van Carel Stolker en van mij, en ik hoefde slechts te tekenen bij het kruisje om dit juridische werkelijkheid te laten worden. Daarmee moest mijn wetenschappelijke kritiek op een wetenschappelijk rammelend onderzoek van een collega naar de beeldvorming bij (witte) kinderen van Zwarte Piet in de kiem gesmoord worden, en zou ik me in de toekomst van iedere kritiek op onderzoek van Leidse collega’s in welk onderzoeksdomein ook moeten onthouden.

De kloof tussen stichtelijke woorden en lelijke praktijk ontstaat vanzelf als akademische vrijheid tegen werksfeer wordt afgewogen. Die afweging is principieel onjuist. Dit is de essentie van het betoog van Erwin Chemerinsky en Howard Gillman in hun boek ‘Free Speech On Campus’ dat de rector zo uitvoerig citeerde in zijn toespraak tijdens de diesviering. In navolging van het ‘Report of the Committee on Freedom of Expression at Yale’ (December 1974) en het ‘Report of the Committee on Freedom of Expression’ van de University of Chicago (2014) bepleiten Chemerinsky en Gillman de absolute voorrang van een principiele akademische vrijheid boven de pragmatische eisen die de universiteit als ‘gemeenschap’ kan stellen. Zij citeren in hun slothoofdstuk instemmend de volgende, cruciale passage uit het Yale rapport:

“For if a university is a place for knowledge, it is also a special kind of small society. Yet it is not primarily a fellowship, a club, a circle of friends, a replica of the civil society outside it. Without sacrificing its central purpose, it cannot make its primary and dominant value the fostering of friendship, solidarity, harmony, civility, or mutual respect. To be sure, these are important values; other institutions may properly assign them the highest, and not merely a subordinate priority; and a good university will seek and may in some significant measure attain these ends. But it will never let these values, important as they are, override its central purpose. We value freedom of expression precisely because it provides a forum for the new, the provocative, the disturbing, and the unorthodox. Free speech is a barrier to the tyranny of authoritarian or even majority opinion as to the rightness or wrongness of particular doctrines or thoughts.”

In de wetenschap moeten louter inhoudelijke argumenten het debat domineren. Want zoals Karl Popper liet zien kunnen we waarheid alleen maar benaderen door gekoesterde maar onware veronderstellingen onderuit te halen. Dat kan pijn doen. Donald Campbell’s evolutionaire epistemologie laat zien dat het basale mechanisme van wetenschap ‘variation and selective retention’ is: diversiteit van wilde ideeen, boude hypotheses en gewaagde theorieen, en een rigoureuze selectie daarvan in een onderlinge, harde competitie. En dat kan soms pijn doen voor wie zich aan een onhoudbare hypothese heeft gecommitteerd en er jarenlang in heeft geinvesteerd. Wie de pijn van een botsing met de data en argumenten van anderen niet kan verdragen, zal zich prettiger voelen in organisaties waarin het belang van goede sociale relaties voorop staat. Maar dat behoort niet binnen universiteiten prioriteit te hebben.

In het ‘Bolwerk van de Vrijheid’ moet ondeugdelijk of slordig onderzoek onbelemmerd aan de kaak gesteld kunnen worden, ongeacht de status, positie of gevoeligheden van de onderzoeker. Sociale relaties bestaan en groeien uiteraard in de gemeenschap van onderzoekers, maar als de eis van goede onderlinge relaties gebruikt wordt om de akademische vrijheid te beperken glijden we af naar een leeg ‘Bolwerk van Gezelligheid’.

Rien van IJzendoorn, 15 Februari 2018

Pablo Neruda: Je voeten raak ik in de schaduw (gedicht 9).
Datum: 3 januari, 2018.

‘Word niet verwaand’, was door iemand geschreven
op mijn muur.
Ik ken noch
het schrift noch de hand
van degene die de zin schreef
in de keuken. Ik had hem ook niet uitgenodigd.
Hij kwam binnen via het dak.
Wie moet ik dan
antwoorden? De wind.
Luister naar me, wind.
Sinds vele jaren gooien
ijdeltuiten
mij hun eigen en lege ijdelheden
in het gezicht,
die daar is het, ze wijzen op de deur
die ik ’s nachts open, het boek
waaraan ik werk,
het ledikant
dat me ontvangt,
het huis dat ik bouw,
die daar, die daar is het, kwaadwillend
wijzen ze naar mij met hun valssprekende
vingers,
vingers van kwaadsprekers,
en wanneer zij zichzelf aanbidden
gooien ze het in mijn gezicht,
maken me uit voor wat zij zijn,
blaffen me toe wat zij verbergen.

Pablo Neruda

Volkskrant interview
Het interview dat vandaag (27 januari 2018) in de Volkskrant werd gepubliceerd geeft informatie over de belangrijkste facetten van de problemen die aan de Universiteit Leiden zijn ontstaan. Ik zal op termijn zeker graag dieper ingaan op vragen die zijn gerezen, bijvoorbeeld waar het de grenzen van de academische vrijheid betreft.

Het zijn belangrijke vragen die nog uitgebreid en diepgaand zullen worden bediscussieerd.

Een stukje uit het interview met Tonie Mudde

Universiteit Leiden gaf hoogleraar zwijgcontract

Hoogleraar pedagogiek Rien van IJzendoorn kreeg van de Universiteit Leiden een contract ter ondertekening waarin staat dat hij geen commentaar meer mag leveren op onderzoeken van medewerkers van deze universiteit.

Van IJzendoorn, onderscheiden met de prestigieuze Spinozapremie, weigerde het zwijgcontract te ondertekenen. ‘Zo’n contract staat haaks op de academische vrijheid.’

De Universiteit Leiden reageert: ‘We kunnen geen mededelingen doen over (overeenkomsten met) individuele werknemers. De universiteit legt uiteraard geen enkele beperking op aan de vrijheid van het academische debat, dat is hier ook helemaal niet waar het om gaat. Het ging hier om het werkklimaat, om hoe je afspraken maakt over hoe je met elkaar omgaat binnen een faculteit en instituut.’

Volgens hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp van de UvA is het zeldzaam dat een universiteit een wetenschapper een zwijgcontract voorlegt. ‘In bedrijven zie je zulke contracten vaker. De werknemer krijgt geld mee, in ruil daarvoor mag hij of zij niks meer zeggen over de bedrijfsvoering. Dat kan helpen om na conflicten rust terug te krijgen in de organisatie. Maar bij een universiteit vind ik dit heel ver gaan. Geen kritiek mogen uitoefenen op het werk van anderen: dat raakt de kern van wat wetenschap is. Een vrij debat, waarbij je kritisch op elkaars werk moet kunnen reageren.’

VK, volledige interview 17 jan 18, Rien, uni Leiden
The Problem with Being a Top Performer – Scientific American
Campbell et al 2017 JaP top performers punished envy jealousy at work.pdf